De ebola-epidemie: een kans om natuurlijke geneeskunde te omarmen

fruit-bat

Overal in de wereld stonden de krantenkoppen vol van de Ebola-epidemie. Ebola is een zeer ernstige besmettelijke en dodelijke virusziekte die men niet mag onderschatten. Maar, zoals altijd, worden dergelijke uitbraken van ziekte onmiddellijk gebruikt door de belangenbehartigers van de wereldwijde handel in ziekten, met de daarbij behorende angsten, namelijk, de farmaceutische industrie.

De World Health Organization (WHO) heeft nu verklaard dat de verspreiding van Ebola in West-Afrika een internationale noodsituatie op gezondheidsgebied is. Het is noodzakelijk om feiten van fictie te scheiden en om beschikbare haalbare oplossingen aan de betroffen patiënten te bieden, evenals aan de politiek verantwoordelijken.

Ebola wordt veroorzaakt door een virus uit de familie van de filovirussen die worden gekenmerkt door koorts met bloedingen. Dit betekent dat het virus lekkages in het vaatstelsel veroorzaakt wat geleidelijk aan tot ernstig bloedverlies leidt en uiteindelijk tot de dood.

In het huidige publieke debat is een wetenschappelijk feit grotendeels onopgemerkt gebleven: het ebolavirus veroorzaakt de ziekte en de dood alleen bij mensen en mensapen. Andere natuurlijke gastheren van dit gevaarlijke virus krijgen, voor zover bekend, de ziekte niet. Volgens de WHO vallen onder deze ‘beschermde’ gastheren ook antilopen, stekelvarkens en fruit-etende vleermuizen. Opmerkelijk is dat deze dieren vele jaren en zonder klachten, drager kunnen zijn van het ebolavirus.

Er is een verklaring voor dit feit. De meeste dieren maken zelf vitamine C in grote hoeveelheden in hun lichaam aan. Vitamine C, één van de meest krachtige antivirale middelen van de natuur, is blijkbaar in staat om de desastreuze gevolgen voor de gezondheid van het ebolavirus te voorkomen, of op zijn minst te beperken. In het geval van fruit-etende vleermuizen die niet in staat zijn om vitamine C aan te maken, bestaat de voeding van deze dieren vrijwel uitsluitend uit verse vruchten die rijk zijn aan vitamine C.

De mens is niet in staat om zelfs maar een enkel molecuul van vitamine C zelf aan te maken en heeft vaak last van een tekort aan vitamine doordat deze onvoldoende via de voeding worden ingenomen. Dit maakt het menselijk lichaam vatbaar voor ebola- en andere virussen. Het is dus niet verwonderlijk dat de kenmerkende symptomen van de ebola-infectie – ernstig bloedverlies door lekkende bloedvatwanden – een opvallende gelijkenis vertonen met de goed gedocumenteerde symptomen van vitamine C-tekort van de bekende vroegere matrozenziekte, scheurbuik.

De antivirale eigenschappen van vitamine C en bepaalde andere micronutriënten zijn zonder enige wetenschappelijke twijfel, allang bewezen. Bovendien zijn de voordelen van bepaalde micronutriënten, voor het ondersteunen en versterken van het immuunsysteem, bevestigd door niet minder dan negen Nobelprijzen. Het wordt dus hoog tijd dat de lokale, nationale en wereldwijde gezondheidsautoriteiten – en in het bijzonder de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) – haar voordeel doet met deze wetenschappelijke feiten en deze als uitgangspunt gebruiken voor het promoten van primaire volksgezondheidsmaatregelen om de ebola-epidemie te beperken.

Aangezien dit niet gebeurt, raden we u aan deze belangrijke informatie zo breed mogelijk te verspreiden via uw persoonlijke contacten en sociale netwerken.

Advertenties